Het woordenboek geeft in het MG de werkwoorden in de 1ste persoon enkelvoud aan. Een voorbeeld in het Nederlands is de zin «hij schrijft», we weten hiervan meteen dat degene die schrijft de 3de persoon van het mannelijk geslacht in het enkelvoud is. In het MG moeten we een werkwoord eerst vervoegen naar de 3de persoon. Kijken we nu naar het werkwoord «schrijven» in het Nederlands - Griekse woordenboek en we zien «γράφω» dan weten we dat dit het hele werkwoord is, maar dat het ook «ik schrijf» betekent. (de 1ste eerste persoon enkelvoud).
Een werkwoord drukt de manier uit hoe het onderwerp van de zin handelt, in welke toestand het is en welke verandering het ondergaat. Er is maar één zin voor het werkwoord nodig om aan te geven wat er met mensen, dieren en dingen gebeurd.
Het werkwoord is het centrale element in een zin omdat elke zin een werkwoord moet bevatten met uitzondering van enkele zeldzame gevallen van gekoppelde zinnen waarin het werkwoord «zijn - είμαι» weggelaten mag worden bv.: «Het is nu beter dat ik blijf - (Είναι) προτιμότερο τώρα να μείνω εγώ».
De vorm en de wijze van de samenstelling, die gecombineerd kan worden met het werkwoord in een zin, wordt bepaald door de soort van het werkwoord. Lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp zijn die zinsdelen die in een hecht verband combineren met het werkwoord. We noemden dit overgankelijke (transitieve) werkwoorden.
Afhankelijk van het soort werkwoord kan een lijdend- en meewerkend voorwerp weggelaten worden. Deze werkwoorden worden onovergankelijke (intransitieve) werkwoorden genoemd.
Informatie over de tijd wordt ook in belangrijke mate weergegeven in de vervoegde uitgang van een werkwoord. Hoewel het Grieks ook andere manieren gebruikt om tijden en wijzen uit te drukken.
Een zin is dus een werkwoord gecombineerd met elementen zoals een onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en de bepalingen, die het werkwoord kunnen veranderen.
Het MG is een taal met een hoge mate van verbuigbaarheid en elk werkwoord wordt gevormd door een stam en een verbuigbare uitgang. De stam geeft de essentiele betekenis van het werkwoord weer, terwijl de uitgang een complex systeem van grammaticale categorieën vermeldt.
Een zin kan bestaan uit:
- een zin met alleen een werkwoord
| ελληνικός | ολλανδός |
|---|---|
| Η Μαρία φεύγει | Maria gaat weg |
| Λέγομαι Ιφιγένεια | Ik heet Ifigenia |
| Ονομάζομαι Γιώργος | Ik heet George, (ik wordt George genoemd) |
- een zin met een onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp
| ελληνικός | ολλανδός |
|---|---|
| Ο Πέτρος αγοράζει ένα βιβλίο | Peter koopt een boek |
| Ο Πέτρος φέρνει το βιβλίο στον Γιάννη | Peter brengt het boek naar Jan |
| Η Ανδριάνα στέλνει της Μαρίας μια ωραία κάρτα | Adriana stuurt Maria een mooie kaart |
- een zin met alleen een bijwoord, bijvoegelijk naamwoord etc.
| ελληνικός | ολλανδός |
|---|---|
| Είμαι πολύ κρυωμένος | Ik ben erg verkouden |
| Έχουμε έναν φιλικό δάσκαλο | We hebben een aardige leraar |
| Η Ελένη είναι μια πολύ κάλη δασκάλα | Helen is een zeer goede lerares |
- een zin met werkwoord voorafgegaan door een partikel dat stemming, tijd en ontkenning weergeeft.
| ελληνικός | ολλανδός |
|---|---|
| Ο Πέτρος δεν θα φύγει αύριο | Peter vertrekt morgen niet |
| Ο Γιώργος μου είπε οτί θα φύγει αύριο | George zei me dat hij morgen zal vertrekken |
| Θέλεις να έρθεις αύριο κι εσύ; | Wil je morgen ook komen? |
De verbuigbaar werkwoorden kunnen gewijzigd worden als ze worden voorafgegaan door partikels zoals «να», «ας» en «θα», om weer andere elementen weer te geven zoals tijd en wijs. De enige niet te beinvloeden onbeperkte vormen van het werkwoord zijn de zelfstandige werkwoordsvormen (eng. gerund) en de deelwoorden.
Het is algemeen bekend dat het werkwoord een zeer complex deel is van het system van de Griekse vormleer. Terwijl het Nederlands betrekkelijk weinig vormen heeft om persoon, tijd, wijs etc. aan te geven, heeft het overgrote deel van de Griekse werkwoorden dozijnen verschillende vormen. De reden hiervoor is dat de Griekse werkwoorden vervoegd worden naar:
persoon, aantal, tijd, aspect, vorm en wijs:
Er zijn twee groepen regelmatige werkwoorden nl. die van de:
- A. Eerste vervoeging = η πρώτη συζυγία, die als volgt wordt onderverdeeld:
- Actieve werkwoorden in de o.t.t. op «-ω»
- Passieve werkwoorden in de o.t.t. op «-ομαι»
De werkwoorden van de 1ste vervoeging hebben het accent op de voorlaatste lettergreep en als gevolg daarvan komt het op laatste lettergreep van de stam van het werkwoord:
| Werkwoorden(1ste pers.) | stam | nederlands |
|---|---|---|
| δηλώνω | δηλώ- | verklaren |
| φτιάχνω | φτιάχ- | maken |
| αγοράζω | αγορά- | kopen |
Het is heel belangrijk dat we een onderscheid maken tussen de stam en de uitgang van een werkwoord. De stam vertelt ons dat de werkwoorden in de bovenstaande tabel in het onvoltooide aspect staan, terwijl de uitgang van de werkwoorden ons vertelt dat ze in de eerste persoon enkelvoud van een tegenwoordige actieve tijd staan.
De verschillende uitgangen die we aan deze stam kunnen toevoegen geven de verschillende personen van de actieve tegenwoordige tijd uit weer, zoals bij het werkwoord «αγοράζω»:
- αγορά-ζω - ik koop
- αγορά-ζεις - jij koopt
- αγορά-ζει - hij/zij koopt
- αγορά-ζουμε - wij kopen
- αγορά-ζετε - u koopt / jullie kopen
- αγορά-ζουν(ε) - zij kopen
Er zijn enkele vormen van de werkwoorden met een bepaalde uitgang, in de 1ste vervoeging, die kleine wijzigingen kunnen ondervinden nl.:
- de actieve aoristus op «-σα»
- de passieve aoristus op «-θηκα»
- het passieve deelwoord op «-μένος»
De belangrijkste hiervan zijn:
- Werkwoorden met de stam eindigend op «-βω», «-πω», «-φω»
- de uitgang van de actieve aorist wordt «-ψα» i.p.v. «-σα»
- de uitgang van de passieve aorist wordt «-φτηκα» i.p.v.«-θηκα»
- de uitgang van het passieve deelwoord wordt «-μμένος» i.p.v «-μένος»
- Werkwoorden met de stam eindigend op «-γω», «-κω», «-χω»
- de uitgang van de actieve aorist wordt «-ξα» i.p.v. «-σα»
- de uitgang van de passieve aorist wordt «-χτηκα» i.p.v.«-θηκα»
- de uitgang van het passieve deelwoord wordt «-γμένος» i.p.v «-μένος»
- Werkwoorden met de stam eindigend op «-ίζω»
- de uitgang van de actieve aorist blijft op «-σα»
- de uitgang van de passieve aorist wordt «-στηκα» i.p.v.«-θηκα»
- de uitgang van het passieve deelwoord wordt «-σμένος» i.p.v «-μένος»
- B. Tweede vervoeging = η δεύτερη συζυγία omvat:
- Alle werkwoorden die in de actieve o.t.t. eindigen op «-ώ
(-άω + -έω)».
Deze groep werkwoorden zijn ontstaan uit het Oude Grieks. Ze worden in het MG vervoegd volgens de groep werkwoorden op «-άω»
Deze groep onderscheidt zich a.v.
| Werkwoorden | 1ste persoon | 2de persoon | 3de persoon | voorbeeld werkwoord |
|---|---|---|---|---|
| actief | -ώ (άω) | -άς | -ά | ρωτάω, ρωτώ |
| passief | -ιέμαι | -ιέσαι | -ιέται | ρωτιέμαι |
| Werkwoorden | 1ste persoon | 2de persoon | 3de persoon | voorbeeld werkwoord |
| actief | -ώ | -είς | -εί | διαιρέω, διαιρώ |
| passief | -ούμαι | -άμαι | -άται | θυμούμαι |
- Alle actieve werkwoorden eindigen op -ώ
(Alleen in de griekse literatuur wordt regelmatig de uitgang -μι als eerste persoon enkelvoud voor het werkwoord gebruikt.)
De meeste Griekse werkwoorden hebben drie stammen en hoewel sommige van de stam wijzigingen voorspelbare patronen volgen, is het toch van belang dat we voor elk werkwoord dat we leren alle drie de stammen kennen.
In het Moderne Grieks wordt bij het vervoegen van een werkwoord niet een onderscheid in tijd gemaakt, zoals in het Nederlands, maar in de aard van de handeling. We moeten hiervoor aan aantal begrippen goed onthouden t.w.:
- de actieve vorm, waarin het onderwerp de handeling verricht
- de mediale vorm, waarin het onderwerp de handeling bij zichzelf verricht
- de passieve vorm, waarin het onderwerp de handeling ondergaat
- de aantonende wijs, om een vaststaand feit uit te drukken
- de gebiedende wijs, om een bevel te geven
- de aanvoegende wijs, om iets twijfelachtigs uit te drukken
- Het aspect is een werkwoordelijke categorie die de actie, het verloop en de tijd etc. weergeeft. Het aspect bepaalt de manier waarop de spreker naar een handeling, actie of gebeurtenis kijkt nl.:
- Wordt de handeling herhaald of is het niet duidelijk wanneer de handeling afgerond is. We noemen dit het onvoltooide aspect
- Is de actie een alleenstaande gebeurtenis. Dit wordt het momentane aspect genoemd
- Is het gevolg van een handeling belangrijker dan de handeling zelf. Dit heet het voltooide aspect
- De tijd is een categorie die onlosmakend met het aspect verbonden is. Voor een complete omschrijving van het werkwoord systeem zijn deze categorieën absoluut essentieel. Hoewel informatie over de tijd voor een groot deel wordt weergegeven in de uitgangen van het werkwoord, gebruikt het MG ook andere middelen om de tijd en wijs uit te drukken. Voorlopig kunnen we het volgende onderscheid maken:
- Tegenwoordige tijden
- Verleden tijden
- Toekomende tijden
- Enkelvoud
- Meervoud
- 1st persoon (enkel- en meervoud)
- 2de persoon (enkel- en meervoud)
- 3de persoon (enkel- en meervoud)
In het MG is bij het vervoegen van een werkwoord het aspect belangrijker dan de tijd!
Klik op een van de bovengenoemde drie begrippen voor nader uitleg en voorbeelden.
Een heel belangrijk punt is ook dat we begrijpen hoe we zinnen ontleden. Als we al heel lang geleden op school hebben gezeten, moeten we vaak zelfs helemaal opnieuw beginnen met de basis grammatica van onze eigen taal, voordat we aan een nieuwe taal kunnen beginnen.
Op deze pagina vind je redekundig en taalkundig ontleden
Onpersoonlijke werkwoorden zijn werkwoorden die in de 3de persoon enkelvoud verschijnen, die geen naamwoord zinsdeel of voornaamwoord als onderwerp hebben. De z.g. weer werkwoorden zijn daar een voorbeeld van:
- βρέχει
- χιονέζει
- βροντάει
- κάνει κρύο
- κάνει ζέστη
- κάνει ψύχρα
- het regent
- het sneeuwt
- het onweert
- het is koud
- het is warm
- het is koel
