De vorm is een grammatikale catagorie die over het algemeen weergeeft of de initiatiefnemer van een handeling, weergegeven door het werkwoord, het onderwerp is en of degene of datgene deze handeling ondergaat of erdoor beïnvloed wordt.
In het eerste geval, als het onderwerp van de handeling, omschreven door het werkwoord, degene is die het initiatief neemt, dan spreken we van een actief (bedrijvend) werkwoord. En in het tweede geval, als het onderwerp de handeling ondergaat of erdoor wordt beïnvloed hebben we te maken met een passief (lijdend) werkwoord.
In het MG hebben veel werkwoorden (niet alle) een 2de set vormen voor elke tijd, die de pasieve vorm uitdrukt.
- De bedrijvende (actieve) vorm (het onderwerp verricht de handeling)
- Tot de actieve vorm behoren de werkwoorden, die weergeven hoe het onderwerp handelt. De actieve werkwoorden onderscheiden zich als overgankelijk (transitief) en onovergankelijk (intransitief). De transitieve werkwoorden geven de handeling weer die het onderwerp bij een persoon, dier, ding of in een situatie verricht. De intransitieve vormen zijn de werkwoorden, waarvan de handeling van het onderwerp niet wordt weergegeven.
Voorbeeldzinnen met transitieve werkwoorden in de actieve vorm:
- Η Ελένη πλένει τα πιάτα.
- Ο Γιάννης χτίζει ένα σπίτι
- Η ζώη σπουδάζει ιατρική
- Helen wast de borden af.
- Jan bouwt een huis
- Zowie studeert medicijnen.
Bovenstaande zinnen zijn in de actieve vorm en het onderwerp verricht de handeling. Ze zijn overgankelijk, omdat er een lijdend voorwerp in de zinnen staat.
Hier vind je de uitleg en meer voorbeelden van de overgankelijke werkwoorden
Voorbeeldzinnen met intransitieve werkwoorden in de actieve vorm:
- Τα παιδιά παίζουν έξω.
- Μένω μέσα.
- Η ζώη σπουδάζει στο εξωτερικό.
- De kinderen spelen buiten.
- Ik blijf binnen.
- Zowie studeert in het buitenland.
Sommige actieve werkwoorden kunnen transitief en intransitief gebruikt worden.
De actieve vorm wordt vaker gebruikt dan de passieve, hoofdzakelijk in de alledaagse spreektaal en niet in de formele schrijftaal.
Hier vind je de uitleg van de onovergankelijke werkwoorden
- De medio-passieve vorm (Het onderwerp verricht de handeling bij zichzelf)
Enkele voorbeeldzinnen in de medio-passieve vorm:
- Η Ελένη πλένεται.
- Ντύθηκε ωραία για το παρτι.
- Καμιά φορά ξυρίζεται.
- Κρύβομαι πίσο από το τοίχο
- Helen wast zich.
- Zij kleedde zich mooi aan voor het feestje.
- Soms scheert hij zich,
- Ik verberg me achter de muur
Hier komt de medio-passieve vorm duidelijk naar voren, het onderwerp verricht de handeling bij zichzelf.
- De lijdende (passieve) vorm, waarin het onderwerp de handeling ondergaat.
Enkele voorbeeldzinnen zijn:
- Πληρώνομαι την πρώτη του μηνάς.
- Οι φωνές τους ακούγονταν ως έξω.
- Οι αστυνομικόι αυτοί θεωρούνται έντιμοι.
- Αυτός χάθηκε στο δάσος.
- Ik word op de eerste van de maand betaald.
- Hun stemmen werden tot buiten gehoord.
- Deze agenten worden als eerlijk beschouwd.
- Hij verdwaalde in het bos.
Deze zinnen zijn in de passieve vorm, het onderwerp ondergaat de handeling of wordt erdoor beïnvloed.
Klik hier voor de werkelijke passieve vorm.!
Medio-passief en passief, zijn qua vorm gelijk, alleen de definitie ervan verschilt.
Ηet achtervoegsel (suffix) geeft de vorm aan. Bij de actieve vorm is dat «-ω / -ώ» en bij de passieve vorm «-μαι».
Over het algemeen kunnen we zeggen dat bij een transitieve actieve constructie een lijdende vorm hoort en bij intransitieve actieve werkwoorden niet. En dat de lijdende vorm voorkomt bij werkwoorden zowel in transitieve als in intransitieve constructies, waarbij het onderwerp de handeling ofwel ondergaat dan wel er door wordt beïnvloed.
Tenzij bij werkwoorden met geen actieve vorm of bij werkwoorden met verschillende betekenissen in de bedrijvende en lijdende vormen, kan de passieve vormleer op drie manieren gebruikt worden nl.:
- Werkelijk passief, d.w.z. het grammaticale onderwerp is het lijdend voorwerp of degene die of datgene dat de handeling ondergaat, zodat de zin vervangen kan worden door een actieve zin zonder dat de betekenis veranderd:
- lett. Voor Helen zij verloor haar kind in de menigte.
- Helen raakte haar kind kwijt in de menigte.
- lett. Voor de regering hen werd door het volk gevraagd ontslag te nemen.
- Het volk vroeg de regering ontslag te nemen.
- Wordt de handelende persoon weergegeven (werktuig), dan is het hoogst waarschijnlijk in een niet reële of abstracte vorm:
- Τα τριαντάφυλλα περικόπηκαν από τον κηπουρό.
- H Aλεξάνδρεια χτίστηκε από το Mέγα Aλέξανδρο
- De rozen werden gesnoeid door de tuiman
- Alexendrië werd gebouwd door Alexander de Grote
- Wordt de levend handelende persoon weergegeven, dan is het waarschijnlijk onbepaald:
- Η Πόπη φιλήθηκε από πολλούς.
- Ο ηθοποιός λατρευόταν από πολλά κορίτσια.
- Poppie werd door velen gekust.
- De acteur werd door vele meisjes aanbeden.
- Als de levend handelende persoon bepalend wordt weergegeven, dan is het waarschijnlijk in het meervoud:
- Oι καλεσμένοι επιτέθηκαν στον μπουφέ.
- Ο Γιάννης προσβλήθηκε από την οικογένειά του.
- De gasten vielen op het buffet aan.
- Jan werd door zijn familie beledigd.
- Het minst waarschijnlijke gebruik van de werkelijke lijdende vorm is als de levend handelende persoon, in het enkelvoud, specifiek wordt vermeld. In dat geval is dat vaker te vinden in de meer officiële spreektaal, onder invloed van het katharevousa, dan in de alledaagse omgangstaal.
- De boom werd omgehakt door Nico.
- Nikos hakte de boom om.
De werkelijke lijdende vorm wordt vaak gebruikt als de handelende persoon niet expliciet wordt vermeld.
- Wederkerend, d.w.z. een werkwoord waarbij de levend handelende persoon een handeling bij zichzelf verricht of met zijn of haar handeling laat zien dat de gevolgen ervan voor hem- of haarzelf zijn. Dit kan alleen met een actief werkwoord worden weergegeven bij bepaalde algemene werkwoorden, met behulp van een lijdend voorwerp «τον έαυτό του = hemzelf» of met een passief werkwoord zoals a.v.:
- Θεωρεί τον εαυτό του συμπαθητικό.
- θεωρείται συμπαθητικός.
- Hij beschouwt zichzelf als aardig.
- Hij wordt als aardig beschouwd.
- Is de inhoud echter ondubbelzinnig (d.w.z. er is geen misverstand mogelijk) dan wordt alleen de lijdende vorm gebruikt:
- Κοιτάχτηκε στόν καθρέφτη.
- Πήγαινε να κοιταχτεί τα μάτια του
- (Ζij)Hij keek (naar zichzelf) in de spiegel.
- (Ζij)Hij liet haar/zijn ogen na kijken
- Er zijn enkele werkwoorden waarvan de passieve vorm alleen maar wederkerend kan zijn zoals «σηκώνω = heffen, oprichten, verrijzen» en «σηκώνομαι - opstaan (ik sta op)».
- Aan de andere kant is het echter mogelijk dat het ondubbelzinnige karakter van een zin, dat nomaal gesproken als wederkerend wordt geïnterpreteerd, als een oorzakelijke factor wordt gezien in een passende situatie, zodat een duidelijk omschreven betekenis moeilijk te herkennen is, zoals in «ξυρίζομαι = scheren (ik scheer mezelf)» en «ξυρίζομαι στόν κουρέα - ik wordt geschoren bij de barbier». Dan is de enige manier om ondubbelzinnige betekenis uit te drukken door «μόνος (μου) = mijzelf» toe te voegen:
- Σκοτώθηκε μόνο του.
- Το παιδί πρέπει να μάθει να ντύνεται μόνος σου.
- Hij doodde zichzelf.
- Het kind moet leren zichzelf alleen aan te kleden.
- Wederkerig, d.w.z. als iemand of iets een wederwijdse relatie tot elkaar hebben en zolang de situatie duidelijk is kunnen onderwerpen die een handeling of actie bij elkaar verrichten, een passief werkwoord, meestal in het meervoud, gebruiken
- Xτυπήθηκαν από σφαίρα στον αγώνα.
- Aγαπιούνται πολύ και λένε να παντρευτούν.
- Zij vochten (met elkaar) in de wedstrijd om de bal.
- Zij houden veel van elkaar en zeggen te (zullen) trouwen.
- Als we een collectief zelfstandig naamwoord gebruiken, zoals een stel of een paar dan wordt uiteraard wel het enkelvoud van het werkwoord gebruikt:
- Το ζευγάρι κοιτάζεται στά μάτια.
- Το μαχαιροπίρουνο χρησιμοποιείται συχνά
- Het stel kijkt elkaar in de ogen
- Het eetgerei wordt veelvuldig gebruikt.
- De interpretatie van een passieve werkwoordsvorm is in veel gevallen onafhankelijk van het tekstverband, maar wordt gekwalificeerd door het werkwoord zelf, zoals «βλέπεστε» niet veel anders kan betekenen dan jullie zien elkaar en «ακούγεστε» als jullie worden gehoord kan worden uitgelegd. Om echter onduidelijkheden te voorkomen kan de wederkerige betekenis met het zinsdeel «μεταξύ τους = tussen of onder» aangevuld worden na een actief en passief werkwoord:
- Μοιάζουν μεταξύ τους.
- Πειραζόμαστε μεταξύ μας.
- Ze lijken op elkaar.
- We plagen elkaar.
- In sommige gevallen wordt het voorvoegsel «άλληλο-» met een actief werkwoord gebruikt om het wederkerige karakter van de uitdrukking weer te geven:
- Αλληλογραφώ τακτικά με τους φίλους μου στο εξωτερικό.
- Tου αρέσει να αλληλοκατηγορεί όλο τον κόσμο.
- Ik correspondeer regelmatig met mijn vrienden in het buitenland.
- Hij vindt het leuk iedereen te bekritiseren (veroordelen).
- Het voorvoegsel «άλληλο-» wordt normaal gesproken alleen gebruikt bij passieve werkwoorden in het meervoud:
- Το ζευγάρι αλληλοπαντρεύτηκε.
- Αλληλοσυνδέθηκε το ίντερνετ σε αυτή τη χώρα
- Het stel trouwde binnen de familie.
- Men vergrendelde het internet in dat land.
- Alternatief kunnen wederkerige uitdrukkingen samengesteld worden door aan actieve werkwoorden, in het enkel- of meervoud, het zinsdeel «ο ένας τον άλλο = lett. de ene de andere» toe te voegen:
- Δεν μιλάμε ο ένας το άλλον (of: μεταξύ τους)
- Πλησιάζουν ο ένας το άλλον (of: μεταξύ τους)
- We spreken niet met elkaar
- Zij benaderen elkaar
* wederkerend = terugkerend
** wederkerig = wederzijds
Niet alle werkwoorden behoren tot eenzelfde patroon. Veel werkwoorden komen slechts in een of twee modellen voor, terwijl voor anderen de samenhang tussen bedrijvend en lijdend en de betekenis van actie en ondergaan geen stand houdt.
Er zijn transitieve actieve werkwoorden, die geen passieve vorm hebben. De z.g. deponens zijn passieve werkwoorden met een actieve betekenis. Dan zijn er actieve werkwoorden die, als ze passief gebruikt worden, compleet van betekenis kunnen veranderen etc.
Vanwege al deze feiten moeten we de active en de passieve vormen beperken tot het officiele onderscheid tussen de uitgangen van de twee soorten werkwoorden en voortgaan om het diverse gebruik ervan aan te geven als het zich voordoet.
Hieronder volgen nog enkele werkwoorden (niet alle) die een uitzondering vormen incl. voorbeelden:
Werkwoorden, die een gevoel of begrip uitdrukken met een actieve uitgang, waarvan de betekenis niet actief is:
- πεινάω
- διψάω
- πονάω
- νιώθω
- ακούω
- βλέπω
- honger hebben
- dorst hebben
- pijn hebben, lijden
- voelen
- horen, luisteren
- zien
N.B.
Sommige van deze werkwoorden zoals ακούω, βλέπω en πονάω zijn transitieve werkwoorden. Daarvan kan πονάω ook intrasitief gebruikt worden in de betekenis van ik voel pijn en ακούω en βλέπω zelfs een passieve vorm hebben.
πεινώ en διψάω zijn intransitieve werkwoorden.
Voorbeelden:
- Δεν πεινάω, θα φάω αργότερα.
- Mε δίψασε το παστό ψάρι.
- Όταν έμαθε το θάνατό της, πόνεσε πολύ.
- Νιώθω την αγανάκτηση μου να με πνίγει.
- Eίναι κουφός, δεν ακούει καθόλου.
- Bλέπει μόνο με το ένα μάτι.
- Ik heb geen honger, ik zal later eten.
- De zoute vis maakte me dorstig.
- Toen hij van haar dood hoorde, leed hij veel
- Ik voel dat mijn verontwaardiging me verstikt.
- Hij/zij is doof, hij/zij hoort helemaal niets.
- Hij/ zij kijkt maar met één oog.
Sommige actieve transitieve werkwoorden kunnen een actie uitdrukken maar, hebben geen samenhangende passieve vorm:
- μαλώνω
- φωνάζω
- κάνω
- ξέρω
- θέλω
- περιμένω
- berispen, standje geven
- roepen, schreeuwen
- maken, doen
- weten
- willen
- wachten op
Voorbeelden:
- Tον μάλωσε ο δάσκαλος, γιατί μιλούσε.
- Δεν άκουσα να φωνάζουν το όνομά μου.
- Tι θα κάνεις σήμερα;
- Δεν ξέρει τίποτα από μαθηματικά.
- Θα ήθελα ένα δωμάτιο,
παρακαλώ. - Περίμενε! μη φεύγεις ακόμα.
- De onderwijzer berispte hem, omdat hij sprak.
- Ik hoorde mijn naam niet roepen.
- Wat ga je vandaag doen?
- Zij/hij weet niets van wiskunde.
- Ik wil graag een kamer, alstublieft.
- Wacht! ga nog niet weg.
Actieve transitieve werkwoorden, met een passieve vorm, die een andere betekenis krijgen:
- βλέπω (βλέπομαι)
- κοιτάζω (κοιτάζομαι)
- τρώω (τρώγομαι)
- zien, gezien worden
- kijken naar
- eten
Voorbeelden:
- Δε βλεπόμαστε συχνά
- Πρέπει να κοιτάξεις την αρτηριακή πίεσή σου.
- Δεν είναι όμορφη, αλλά τρώγεται
- We ontmoeten elkaar niet vaak
- Je moet je bloeddruk na laten kijken (door de dokter)
- Het is niet mooi, maar accepteer het.
De deponens zijn werkwoorden met alleen een passieve vorm, maar een actieve betekenis, zoals:
- δέχομαι
- εργάζομαι
- έρχομαι
- αισθάνομαι
- accepteren
- werken
- komen
- voelen
Voorbeelden «δέχομαι»:
- Δέχτηκε την ενοχή του
- Δέχομαι τις φίλες μου της κάθε
σήμερα.
- Hij accepteerde zijn schuld.
- Ik ontvang vandaag mijn vriendinnen op de koffie.
«δέχομαι (κάποιον)» is transitief (overgankelijk) en betekent «(iemand) accepteren» of «(iemand) ontvangen» en heeft dus een lijdend voorwerp bij zich.
Voorbeelden «εργάζομαι»:
- Tην Kυριακή οι υπάλληλοι δεν εργάζονται.
- Σε όλη του τη ζωή εργάστηκε για την ειρήνη
- Ο χρόνος εργάζεται για το Γιάννη.
- Op zondag werken de arbeiders niet.
- Zijn hele leven besteedde (werkte) hij aan de vrede.
- De tijd is Jan gunstig gezind.
«εργάζομαι» is transitief en betekent «werken» of «arbeiden». In de laatste zin is het werkwoord abstract gebruikt en letterlijk vertaald betekent het «De tijd werkt voor Jan (in zijn voordeel)»
Voorbeelden «έρχομαι»:
- Ήρθε χθες από την Aθήνα.
- Tα χελιδόνια έρχονται την άνοιξη.
- Ήρθε στην κατάλληλη ηλικία για να παντρευτεί.
- Zij/hij kwam gisteren uit Athene
- De zwaluwen komen in de lente.
- Hij bereikte de geschikte leeftijd om te trouwen.
«έρχομαι» is een intransitief werkwoord (wordt gebruikt zonder lijdend voorwerp). In de laatste zin is de betekenis van het werkwoord «bereiken» en wordt het transitief gebruikt.
«έρχομαι» heeft tal van abstracte betekenissen, waarbij het werkwoord transιtief gebruikt wordt:
- Mου έρχονται δάκρυα στα μάτια.
- Tης ήρθε το χρώμα στο πρόσωπο.
- Ik krijg tranen in mijn ogen (lett. Bij mij komen de tranen in de ogen).
- Zij kreeg een kleur in haar gezicht (lett. Bij haar kwam de kleur in het gezicht).
Voorbeelden «αισθάνομαι»:
- Ο άρρωστος δεν αισθάνεται καλά.
- Δεν αισθάνεται πια, είναι σε κώμα.
- Aισθάνθηκε ξαφνικά ένα δυνατό πόνο στο στομάχι.
- De zieke voelt zich niet goed.
- Hij/zij voelt niet meer, hij/zij is in coma.
- Hij/zij voelde plotseling een scherpe pijn in de maag.
«αισθάνομαι» is een intransitief werkwoord (zonder lijdend voorwerp) in de betekenis van «hoe iemand zich voelt» en transitief in de betekenis van «wat iemand voelt» (met lijdend voorwerp)
Als het, zoals bij veel werkwoorden, een andere betekenis krijgt wordt het ook transitief gebruikt is de betekenis van bv. begrijpen:
- Eίναι ακόμα παιδί και δεν αισθάνεται.
- Πρέπει να αισθανόμαστε τα προβλήματα των άλλων.
- Het is nog maar een kind en begrijpt het niet.
- We moeten de problemen van anderen begrijpen.
Een van de functies van de passieve vorm is om het zinsdeel weer te geven dat samenhangt met het lijdend voorwerp van het actieve werkwoord, bv:
- aΟι γονείς της έκριναν την άδικη συμπεριφορά της.
- bΗ άδικη συμπεριφορά της κρίθηκε από τους γονείς της.
- aΟ διευθυντής με απαγόρευσε να πάρει μια μέρα της άδειας.
- bΜε απαγορεύτηκα να πάρω μια
μέρα της άδειας από το(ν)
διευθυντής. - aΟι υπάλληλοι του δήμου μαζεύουν τα σκουπίδια κάθε πρωί.
- bΤα σκουπίδια μαζεύονται κάθε
πρωί από τους υπάλληλους του
δήμου.
- Haar ouders veroordeelden haar onredelijke gedrag.
- Haar onredelijke gedrag werd veroordeeld door haar ouders.
- De manager verbood mij om een dag verlof te nemen.
- Het werd mij verboden door de manager om een dag verlof te nemen.
- De gemeente medewerkers halen elke morgen het vuilnis op.
- Het vuilnis wordt elke morgen opgehaald door de gemeente medewerkers.
Als we de kernmerken van een zin veranderen, zoals in de b-zinnen, waardoor het lijdend voorwerp het onderwerp van de zin wordt, kan dat een aanleiding zijn tot gebruik van een passieve constructie met behulp van het voorzetsel «από».
- Uitgebreide uitleg van het voorzetsel «από»
