Tijden - wijzen Actieve Vorm
Aantonende wijs Enkelvoud Meervoud
Onvoltooid tegenwoordige tijd πάω, πηγαίνω πάμε, πηγαίνουμε
πας, πηγαίνεις πάτε, πηγαίνετε
πάει, πηγαίνει πάνε, παν, πηγαίνουν(ε
Onvoltooid verleden tijd πήγαινα πηγαίναμε
πήγαινες πηγαίνατε
πήγαινε πήγαιναν, πηγαίναν(ε)
Aoristus πήγα πήγαμε
πήγες πήγατε
πήγε πήγαν(ε)
Voltooid tegenwoordige tijd έχω πάει έχουμε πάει
έχεις πάει έχετε πάει
έχει πάει έχουν πάει
Voltooid verleden tijd είχα πάει είχαμε πάει
είχες πάει είχατε πάει
είχε πάει είχαν πάει
Toekomende tijd (1) θα πηγαίνω θα πηγαίνουμε, θα πηγαίνομε
θα πηγαίνεις θα πηγαίνετε
θα πηγαίνει θα πηγαίνει(ε)
Toekomende tijd (2) θα πάω θα πάμε
θα πας θα πάτε
θα πάει θα πάνε, θα παν
Voltooid toekomende tijd θα έχω πάει θα έχουμε πάει
θα έχεις πάει θα έχετε πάει
θα έχει πάει θα έχουν πάει
Aanvoegende wijs
Onvoltooid tegenwoordige tijd να πηγαίνω να πηγαίνουμε, να πηγαίνομε
να πηγαίνεις να πηγαίνετε
να πηγαίνει να πηγαίνουν(ε)
Aoristus να πάω να πάμε
να πας να πας
να πάει να πάνε, να παν
Voltooid tegenwoordige tijd να έχω πάει να έχουμε πάει
να έχεις πάει να έχετε πάει
να έχει πάει να έχουν πάει
Gebiedende wijs
Tegenwoordige tijd πήγαινε πηγαίνετε
Aoristus πήγαινε πάτε, πηγαίνετε, πηγαίντε
Deelwoord
Tegenwoordige tijd πηγαίνοντας
Voltooid tegenwoordige tijd έχοντας πάει
Onbepaalde wijs
Aoristus πάει
Voorbeelden met «πηγαίνω»
ολλανδός
  • We gingen met het vliegtuig / trein / boot.
  • We stapten uit de auto en gingen te voet.
  • Ga een fles water voor me halen.
  • Toen jij ging, kwam ik.
  • Een ging voorop en de anderen volgden.

  • De afstand is een uur te gaan (lett.om er heen te gaan)
  • Ik heb je niet meer nodig, je kunt gaan.
  • Ηet belasting stelsel liep vele jaren achter.

  • Neem dat pak en breng het naar het postkantoor

  • Ze brachten hem naar de gevangenis. (lett. Ze gingen hem binnen de gevangenis)
  • De zinnen 1, 2, 8 en 10 zijn in de aoristus van de aantonende wijs.
  • Zin 3 en 9 is de gebiedende wijs.
  • De zinnen 4, 5, en 6 zijn in de onvoltooid verleden tijd van de aantonende wijs.
  • Zin 7 is in de onvoltooid tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs.
Voorbeelden met «πάω»
ολλανδός
  • Het werk loopt vooruit.
  • Kun je me naar het station rijden;
  • Deze trap gaat naar de zolder.
  • De discussie zal ons te ver gaan.
  • Je das staat niet bij je overhemd.
  • Ik nam een taxi om me naar het vliegveld te rijden.
  • Vergezel je me tot huis? (lett. Ga je met me tot huis).
  • Je moet rechtdoor en daarna moet je rechtsaf.
  • Mijn hart breekt (lett. gaat breken).
  • Het horloge loopt achter.
  • De zinnen 1, 3, 5, 7, 9 en 10 zijn in de onvoltooid tegenwoordige tijd van de aantonende wijs.
  • Zin 2 is in de aoristus van de aanvoegende wijs.
  • De zinnen 4, 6 en 8 zijn in de onvoltooid toekomende tijd* gevormd uit de 2de stam

* Bij de vorming van de 1ste en 2de onvoltooid toekomende tijd wordt een verschil gemaakt in het aspect a.v.:

  • de 1ste o.tk.t. is een voortdurende handeling
  • de 2de o.tk.t. is een eenmalige handeling

Voor deze tijden worden van de 1ste en 2de vervoeging de 1ste en 2de stam gebruikt van beiden vormen van een werkwoord (actief en passief).