| Tijden - wijzen | Actieve Vorm | |
|---|---|---|
| Aantonende wijs | Enkelvoud | Meervoud |
| Onvoltooid tegenwoordige tijd | έχω | έχουμε, έχομε |
| έχεις | έχετε | |
| έχει | έχουν(ε) | |
| Onvoltooid verleden tijd | είχα | είχαμε |
| είχες | είχατε | |
| είχε | είχαν(ε) | |
| Aoristus | ||
| Voltooid tegenwoordige tijd | ||
| Voltooid verleden tijd | ||
| Toekomende tijd (1) | θα έχω | θα έχουμε, θα έχομε |
| θα έχεις | θα έχετε | |
| θα έχει | θα έχουν(ε) | |
| Toekomende tijd (2) | ||
| Voltooid toekomende tijd | ||
| Aanvoegende wijs | ||
| Onvoltooid tegenwoordige tijd | να έχω | να έχουμε, να έχομε |
| να έχεις | να έχετε | |
| να έχει | να έχουν(ε) | |
| Aoristus | ||
| Voltooid tegenwoordige tijd | ||
| Gebiedende wijs | ||
| Tegenwoordige tijd | έχε | έχετε |
| Aoristus | ||
| Deelwoord | ||
| Tegenwoordige tijd | έχοντας | |
| Tegenwoordige voltooide tijd | ||
| Onbepaalde wijs | ||
| Aoristus | ||
«έχω» is een onregelmatig werkwoord, waarvan alleen de onvoltooid tegenwoordige tijd regelmatig is. Het wordt evenals «είμαι = zijn» gebruikt als hulpwerkwoord bij de vorming van voltooide tijden. Zelf heeft «έχω» geen voltooide tijden, geen passieve vorm, geen 2de stam en dus geen verschil in aspect.
Enkele voorbeelden van «έχω» als werkwoord:
- 1Έχει μεγάλη περιουσία.
- 2Είχε την τελευταία λέξη.
- 3Άρχισε να βρέχει, έχεις ομπρέλα;
- 4Tο σπίτι έχει πέντε δωμάτια.
- 5Oι λέξεις έχουν μία, δύο ή περισσότερες
συλλαβές. - 6Έχει τον άντρα της στο νοσοκομείο.
- 7Tις οικονομίες μου τις έχω στην τράπεζα.
- 8Δεν το έχει για τίποτα, αν ζοριστεί να φύγει.
- 9Προβλέπουν ότι θα έχουμε σεισμούς.
- 10Δεν έχεις να του δώσεις τίποτε.
- Hij/zij heeft een groot fortuin.
- Hij/zij had het laatste woord.
- Het begint te regenen, heb je een paraplu?
- Het huis heeft vijf kamers.
- De woorden hebben een, twee of meer lettergrepen.
- Haar man ligt in het ziekenhuis (lett. Zij heeft haar man in het ziekenhuis).
- Ik heb mijn spaargeld op de bank (lett. Mijn spaargeld dat heb ik op de bank).
- Het is niet niets als men gedwongen wordt te vertrekken.
- Zij voorspellen dat we aardbevingen zullen hebben.
- Je moet hem niets geven.
- De zinnen 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 zijn in de onvoltooid tegenwoordige tijd van de aantonende wijs. In zin 6 heeft «έχω» de betekenis van zich ergens bevinden.
- Zin 2 is in de onvoltooit verleden tijd
- Zin 9 is in de onvoltooid toekomende tijd (geen aspect)
- Zin 10 is in de onvoltooid tegenwoordige tijd en de betekenis van «έχω» is hier moeten en noodzakelijk zijn.
Enkele voorbeelden van «έχω» als hulpwerkwoord:
- 1Έχω πιει τρεις καφέδες από το πρώι.
- 2Είχα κιόλας αναχωρήσει στις εννέα το πρώι.
- 3Έχει ζαλιστεί από το ταξίδι.
- 4Το ταξίδι τον έχει ζαλίσει
- 5Είχε βαρεθεί να περιμένει τόσο πολύ καιρό.
- 6Θα σου το έχουν στείλει
- 7Να είχαμε κερδίσει το λαχείο!
- 9Ας έχουν βγει επιτέλους τα αποτελέσματα!
- 9Όταν ήρθες, έχω φύγει.
- 10Δεν θα είχα φύγει, αν είχες έρθει.
- Ik heb vanaf vanmorgen drie koffie gedronken.
- Ik was als om negen uur in de morgen vertrokken.
- Hij is duizelig geworden van de reis.
- De reis heeft hem duizelig gemaakt.
- Hij werd moe om zo lang te wachten.
- Zij zullen het je gestuurd hebben
- Hadden we de de loterij maar gewonnen.
- Laten ze eindelijk de resultaten naar buiten brengen.
- Toen je kwam, ben ik weggegaan.
- Ik zou niet weggegaan zijn, als je was gekomen.
De voltooide tijden komen in het MG niet zo vaak voor als in het Nederlands. Ze worden gevormd met behulp van het hulpwerkwoord «έχω = hebben». Ze worden alleen gebruikt als de situatie, die het werkwoord aangeeft, in het heden plaats vindt, maar dat de handeling of gebeurtenis zich in het verleden heeft afgespeeld. We hebben hier te maken met het aspect dat een resultaat van een situatie uitdrukt.
- De zinnen 1, 3,en 4 zijn in de voltooid tegenwoordige tijd. De vormen van het werkwoord zijn in zin 3 passief «ζαλίζομαι = duizelig worden» en in zin vier actief «ζαλίζω = duizelig zijn»
- De zinnen 2 en 5 zijn in de voltooid verleden tijd.
- Zin 6 is in de voltooid toekomende tijd.
- In zin 7 wordt een onvervulde wens uitgedrukt met behulp van het partikel «να». Het is, samen met het werkwoord «κερδίζω - winnen, overwinnen, verdienen», vervoegd in de 1ste persoon meervoud van de voltooid verleden tijd
- Zin 8 drukt met het partikel «ας», het werkwoord «βγαίνω» en het hulpwerkwoord «έχω» een aansporing uit. De vervoeging is in de voltooid tegenwoordige tijd.
- Zin 9 is een gebeurtenis in het verleden, die door de spreker in het heden verteld wordt, waardoor de bijzin in een voltooid tegenwoordige tijd staat.
- Hetzelfde geldt voor zin 10 waarbij de hoofdzin in de voltooid verleden toekomende tijd staat. De bijzin is in de voltooid verleden tijd.