| Nederlands | Grieks |
|---|---|
| 1. Hoe heet je? | Πώς σε λένε; |
| 2. Ik heet Christina. | Με λένε Χριστίνα. |
| 3. Εn jij, hoe heet je? | Εσύ, πώς σε λένε; |
| 4. Ik heet Manolis. | Με λένε Μανόλη. |
| 5. Hoe heet zij? | Πώς τη λένε; |
| 6. Hoe heet hij? | Πώς τον λένε;* |
| 7. En jullie, hoe heten jullie? | Εσάς, πώς σας λένε; |
| 8. Ik heet Marina en ik heet Andreas. | Εμένα με λένε Μαρίνα και εμένα με λένε Ανδρέα. |
| 9. Hoe heten zij? | Πώς τις λένε; Πώς λέγονται; |
| 10. We vragen de naam van iemand. | Ρωτάμε το όνομα κάποιου. |
Als we zin 1. taalkundig verdelen zien we drie afzonderlijke woordsoorten: Πώς |σε | λένε, hiervan is «πώς» het bijwoord, «σε» de 2de persoon van het zwakke persoonlijke voornaamwoord in de 4de naamval en «λένε» het werkwoord. Voor «λένε» is het actieve werkwoord «λέω» gebruikt in de 3de persoon meervoud. Als we dit letterlijk vertalen, zou er «hoe jij heten» komen te staan. Er zijn meerdere manieren in het MG om te vragen of te zeggen hoe je heet.
Als je zin 1. begrijpt is meteen zin 2. ook duidelijk. «με» is weer een zwak persoonlijk voornaamwoord en wel de 1ste persoon ervan in de 4de naamval. En «λένε» is dezelfde vorm als boven.
In de zinnen 3. en 7. wordt nadrukkelijk «en jij» en «en jullie» gevraagd. Dit betekent dat het sterke persoonlijke voornaamwoord dan ook genoemd wordt. Er staat dus een sterk en een zwak persoonlijk voornaamwoord in deze zinnen.
In «πώς τη λένε»; en «πώς τον λένε;»*, van de zinnen 5. en 6. is «τη» de vrouwelijke zwakke vorm en «τον» de mannelijke zwakke vorm van het persoonlijk voornaamwoord van de 3de persoon enkelvoud in de 4de naamval.
In zin 8. wordt ook nadrukkelijk ik genoemd, omdat er in dit geval aan twee verschillende mensen iets gevraagd wordt.
In zin 9. kun je aan het woordje «τις» zien dat dit de 3de persoon meervoud van het zwakke vrouwelijke persoonlijke voornaamwoord betreft. Hoewel «πώς λέγονται;» hetzelfde betekent kun daar niet aan zien over welk geslacht het gaat.
In zin 10 staat «ρωτάμε» in de 1ste persoon meervoud van de onvoltooid tegenwoordige tijd. In het zinsdeel «το όνομα κάποιου» is de uitgang van het onbepaalde voornaamwoord «κάποιος» in de 2de naamval onzijdig verbogen, omdat het een bezit aanduidt.
- * In de zin «πώς τον λένε;» zou de laatste «ν» van het mannelijke persoonlijke voornaamwoord «τον» weggelaten kunnen worden, omdat er een «λ» opvolgt. Hierdoor kan echter verwarring ontstaan, omdat het woordje «το» dan aan gezien kan worden voor het «το» van de 3de persoon onzijdig.
- Het werkwoord «λέω» heeft ook een passieve vorm λέγομαι
- Als je een van de vervoegingen van «λέω» in een zin ziet staan is het zinvol om af en toe eens naar de volledige vervoeging, inclusief de passieve vorm, te kijken. De link ervan vind je links, onder het menu of hierboven.
De onvoltooid tegenwoordige tijd van het werkwoord «λέω» in de actieve vorm.
- λέω
- λες
- λέει
- λέμε
- λέτε
- λένε
- ik zeg - ik heet
- jij zegt - jij heet
- hij/zij zegt - hij/zij heet
- wij zeggen - wij heten
- jullie zeggen - jullie heten
- zij zeggen - zij heten
| Nederlands | Grieks |
|---|---|
| Hoe heet dit in het grieks? | Αυτό, πώς το λέμε στα ελληνικά; |
| Het heet een book. | Το λέμε ένα βιβλίο. |
| Hoe wordt dit in het grieks genoemd? | Αυτό, πώς λέγεται στα ελληνικά; |
| Hoe heten die bomen? | Πώς λέγονται αυτά τα δέντρα; |
| Nederlands | Grieks |
|---|---|
| Ik spreek de waarheid. | Λέω την αλήθεια. |
| Zeg maar niets! | Και δεν λες τίποτα! |
| Ze liegt over haar leeftijd. | Λέει ψέματα για την ηλικία της. |
| We spreken goed over Jan. | Λέμε (λέγουμε) καλά λόγια για Γιάννη. |
| Jullie vertellen (U vertelt) nonsens. | Λέτε (λέγετε) ανοησίες. |
| Ik geloof het omdat zij het zeggen. | Το πιστεύω επειδή αυτοί το λένε (λέγουν). |
| Vertel het hem niet! | Μην του το πεις! |
| Vertel het mij maar! | Για πες μου! |
De onvoltooid tegenwoordige tijd van «λέγομαι» (de passieve vorm).
- λέγομαι
- λέγεσαι
- λέγεται
- λεγόμαστε
- λέγεστε, λεγόσαστε
- λέγονται
- ik wordt genoemd
- jij wordt genoemd
- hij/zij wordt genoemd
- wij worden genoemd
- jullie worden genoemd
- zij worden genoemd
De onvoltooid tegenwoordige tijd van «ρωτάω».
- ρωτάω
- ρωτάς
- ρωτάει
- ρωτάμε
- ρωτάτε
- ρωτάν(ε)
- ik vraag
- jij vraagt
- hij/zij vraagt
- wij vragen
- u vraagt, jullie vragen
- zij vragen
| Nederlands | Grieks |
|---|---|
| Hij vroeg haar naam. | Pώτησε τ΄όνομά της. |
| Hij/zij vroeg hem waar hij vandaan kwam. | Tον ρώτησε από πού κατάγεται. |
| Vraag niet, hoe ik leed! | Mην τα ρωτάς τι έπαθα! |
Leren:
- 1. Het alfabet leren
- 2. Van de werkwoorden «λέω», «ρωτάω» en «λέγομαι» de onvoltooid tegenwoordige tijd leren
- 3. test2 maken en de bijgaande woordjes leren
- 4. Woorden les-2 leren
Bekijken:
